Perceptiemanagement ?

Soms weet je niet of er sprake is van perceptiemanagement. En of er opzettelijk met de publieke opinie is gemanipuleerd. Want hoe zit het nu eigenlijk echt met het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa ?

De westerse leiders kwamen in juni 2009 in Normandië bijeen om D-day te herdenken: de geallieerde landing die 65 jaar eerder plaatsvond. De aanzet tot de militaire overwinning op Nazi Duitsland. Een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van de 20e eeuw.

We hebben allemaal op school geleerd dat door de landing van de Amerikanen de Duitsers verslagen zijn. Er was ook geen enkele reden om daar aan te twijfelen, want dat was nu eenmaal zo. Toch ? Maar wat is eigenlijk de rol van de Russen geweest in dit hele verhaal geweest ? Het is opmerkelijk, dat tijdens die recente herdenking in Normandië noch Nicholas Sarkozy, noch Gordon Brown gerefereerd heeft aan de Russische inspanningen om Nazi Duitsland te verslaan. Barak Obama zei in zijn speech dat Europa nog steeds bezet zou zijn door de Nazi’s als de landing in Normandië mislukt zou zijn. Ik denk dat dat een te simpele benadering is. De kans dat Europa nog steeds bezet zou zijn geweest door de Russen lijkt mij een realistischer beeld.

De Russen voelen zich (terecht ?) beledigd door de visie die het Westen propageert. Zij hebben in de oorlog 27 miljoen doden geteld; 90 % van de gesneuvelde Duitsers is gesneuveld aan het oostfront. Tegen de tijd dat de landing plaatsvond was het Rode Leger al bezig met een onstuitbare opmars in Oost–Europa. Ongeacht de inspanningen van de geallieerden zouden zij de Duitsers verpletterend verslagen hebben. Uit de memoires van Winston Churchill is op te maken, dat hij van mening was dat de Russen een dodelijk gevaar voor de Westerse wereld waren en dat daarom onmiddellijk een westelijk front gecreëerd moest worden en dat dit front zo oostelijk mogelijk in Europa gelegen moest zijn.

De herdenkingsspeeches in Normandië hadden dus best genuanceerder mogen zijn. Of is er toch sprake van perceptie- management ?


Peter Tersteeg



De banaan is nauwelijks bespreekbaar

Onlangs was ik voor de zoveelste keer in Nepal en stond bij aankomst op het vliegveld van Kathmandu op mijn koffers te wachten. Er hing een bordje dat aangaf dat het verboden was om foto’s of video’s te maken. Ik vroeg mij af of er überhaupt in Nepal iemand zou zijn, die wist waarom dat bordje er eigenlijk hing. De tekst van het bordje hield mij daarna nog dagenlang bezig want gedurende het bezoek aan Nepal zag ik steeds meer synoniemen van zo’n bordje. Men doet maar wat zonder te weten waarom. Maar Nepal is dan ook het land van allerlei regeltjes en strijdige procedures, waardoor niets in het land functioneert. Niemand vraagt zich af waarom die regeltjes er zijn. Maar misschien zijn ze alleen maar om je achter te verschuilen. Een mooi excuus om niets te hoeven doen. We hebben het weer aan alle kanten gemerkt toen we weer eens iets in Nepal voor elkaar moesten krijgen.

Maar het fenomeen “verboden te fotograferen” beperkt zich niet alleen tot Nepal. Zo vroeg ik een Amerikaan eens waarom hij tegen iedereen “have a nice day” zei. Ik kon mij namelijk niet voorstellen dat het hem iets kon schelen of ik een nice day zou hebben. Hij was totaal verbluft door mijn vraag en keek mij aan of ik helemaal gek was.
En de man met een sticker “free Tibet” op zijn auto. Ik vroeg hem of hij wel eens in Tibet geweest was. Hij wist niet eens waar het ligt. Als ik gezegd zou hebben dat ik niet-westerse filosofie studeerde, zou hij waarschijnlijk gezegd hebben: “oh, nee ?”


Ook meningen over mensen of zaken worden veelal klakkeloos overgenomen zonder dat er verder over is nagedacht. Hele volksstammen hebben een Telegraafmening. Ik denk dat hoofdredacteur Juul Paradijs soms in een deuk ligt als hij ziet wat voor een onzin hij aan het volk als waarheid verkocht heeft. Weer een staaltje van perceptiemanagement waar ik al eens eerder over geschreven heb. Ik verbeeld mij niets en heb zelf ook regelmatig ongefundeerde en ongenuanceerde meningen, maar heel soms denk ik er nog wel eens over na. Het kan overigens wel eens tot heel aardige en grappige discussies leiden als je in een gezelschap een volstrekt ongenuanceerde en ongebruikelijke stelling poneert.

Soms ben ik betrokken bij veranderingen van organisaties. En in mijn eerste gesprekken met de organisatie begin ik vaak met het verhaal van de banaan die bespreekbaar moet worden:

Men neme een kooi met apen. In de kooi wordt een banaan opgehangen, daaronder staat een trapleer. Het duurt niet lang of er gaat een aap naar de trap, maar zodra hij er een voet op zet worden alle apen natgespoten. Een poosje later probeert diezelfde of een ander aap het nog eens, met hetzelfde gevolg: weer alle apen nat. Als er daarna nog een andere aap de trap op wil, zullen de anderen hem dat beletten.

Nu halen we één aap uit de kooi en brengen een nieuwe binnen. De nieuwe aap ziet de banaan en wil de trap op. Tot zijn grote schrik springen alle andere apen hem op zijn nek. Na nog een poging weet hij het: als hij de trap op wil wordt hij in elkaar geslagen.

Dan halen we een tweede aap uit de kooi en brengen een nieuwe binnen. Nieuweling gaat naar de trap en krijgt een pak slaag. De vorige nieuwe neemt enthousiast deel aan de afstraffing.

Een derde oude aap gaat er uit en een nieuwe komt binnen. Hij gaat naar de trap en krijgt slaag. Twee van de apen die op hem inbeuken hebben geen idee waarom je de trap niet op mag. Oude aap vier er uit en nieuwe aap erin, enzovoort, tot alle apen die ooit het natspuiten hebben meegemaakt vervangen zijn. Niettemin gaat nooit een aap de trap op.

Waarom niet, meneer ?

Dat doen wij hier gewoon niet, jongeman !


Peter Tersteeg



Die andere graaiers

Zo af en toe bekruipt mij wel eens het gevoel dat ik het even niet meer snap. Nu weer over de graaiers. Inmiddels een bekend begrip geworden waar het Volk een uitgesproken mening over heeft. Bonussen worden per definitie te hoog gevonden door iedereen die weet dat hij/zij nooit een bonus zal krijgen voor zijn/haar prestaties. Ook de salarissen van bestuurders zijn onderwerp van gesprek op de verjaardagen en partijtjes van de minderbedeelden onder ons. En zo heeft praktisch iedereen een salonsocialistische houding over beloningen van bestuurders. Ik geef toe dat sommige bestuurders inderdaad (te) riant beloond worden voor prestaties waar zij zelf nauwelijks enige invloed op hebben gehad. Ook in dat opzicht is de crisis een geweldige uitvinding. De bedrijfsresultaten gaan omlaag, maar omdat er nu eenmaal crisis is kan een bestuurder daar natuurlijk ook niets aan doen. Uit PR overwegingen kun je dan je excuses aanbieden en grootmoedig afzien van de bonus die je toch al niet kreeg. Maar daar blijft het allemaal dan ook bij. Maar als volgend jaar de resultaten weer verbeteren dan wordt dat door diezelfde bestuurders geclaimd als hun vooruitziende blik en hun strategische visie. En dan hebben ze natuurlijk weer recht op een riante bonus. Het zij zo.

Wat mij echter veel meer verbaasd is de gang van zaken bij de Overheid: het Rijk van de bedriegenden die heersen over de bedrogenen. De bedriegenden die zich manifesteren als de verborgen graaiers en de bedrogenen die het niet in de gaten hebben. Daar dacht ik aan toen ik vandaag in de trein zat en zo eens naar buiten keek en om mij heel allerlei riante (semi-) over- heidsgebouwen zag staan. Toen schoot mij de gedachte te binnen over een heel andere categorie graaiers. Graaiers waar niemand zich druk om lijkt te maken. Bedriegenden die als ambtenaar huizen in riante kantoren, waar op niets bezuinigd wordt. In het bedrijfsleven is dat toch wel anders. Daar moet hard gewerkt worden. Daar moet het eerst verdiend worden. Bij de bedriegenden gaat dat anders. Daar zijn geen bonussen, maar wel (immateriële) rechten. Oneindig veel. En in die wereld is belangrijk dat de ambtenaren vooral maar ontstrest bezig kunnen zijn met het naleven van de vele onzinnige regeltjes. Er wordt goud besteed aan het naleven van onzin. De regelzucht die onbegrensd lijkt. Ambtenaren die komen controleren of je een hond hebt, ambtenaren die bepalen of je wel of niet vanuit je eigen huis mag trouwen, ambtenaren die er op toezien of je een boom in je eigen tuin wel of niet mag kappen, ambtenaren die bepalen hoe het kippenhok er uit moet zien, ambtenaren die bepalen of je je gordel om hebt, ambtenaren die bepalen waar (te hoge) verkeersdrempels of onzinnige rotondes aangelegd worden. Ambtenaren die heel Nederland volzetten met ge- en verbodsborden. Ik heb het idee dat er meer borden langs de weg staan dan dat wij inwoners hebben. Ambtenaren die per definitie een goed pensioen hebben en niet ontslagen worden. Maar wat geeft het. Ambtenaren worden niet op resultaat afgerekend en ambtenaren hebben geen enkel belang bij “excellent presteren”. En de belastingbetalers - de bedrogenen - betalen dit allemaal. En je hoort ze niet. Merkwaardig toch.

Peter Tersteeg


Korting bij de oncoloog

Tijdens een bezoek aan Nepal waren wij weer eens te gast op een receptie. Dit keer ter ere van het bezoek van een beroemde oncoloog uit India. Hij had een vooraanstaande Nepalees, die wij tot onze vrienden mogen rekenen, geopereerd aan prostaatkanker. Het was zo’n typisch Nepalese receptie die voor ons wel interessant is omdat je dan veel artsen leert kennen die dan als het nodig is weer iets voor onze kinderen kunnen doen. Tijdens die bijeenkomst werd afgesproken dat wij onze beroemde arts de volgende morgen mee zouden nemen om de Monkey Tempel in Kathmandu te bezoeken. Dat moet je dan doen als het net licht wordt, want dan zie je de stad ontwaken en boven op de berg houden de buddhistische monniken hun ochtendritueel en zingen de Hindu’s hun religieuze gebeden. Heel indrukwekkend overigens. De Monkey Temple ligt hoog boven Kathamandu en je moet een paar honderd steile traptreden beklimmen om boven te komen.

Onze arts is midden 40 en ziet er redelijk fit uit. Hij heeft die afstandelijkheid en zekere mate van arrogantie over zich die je bij artsen veel aantreft. We begonnen aan onze klim naar boven; een hele kluif. Maar boven aangekomen, valt onze arts flauw en is helemaal van de wereld. Ja, en wat moet je dan. We hebben hem een medical treatment gegeven en na korte tijd was hij er weer helemaal boven op. En het was ineens een ander mens geworden. We waren dicht bij elkaar gekomen, en we waren ineens vrienden.

En juist dat gevoel van verbondenheid kwam ineens weer naar boven toen we elkaar een jaar later heel onverwacht in een restaurant tegen kwamen. Een geweldige hartelijkheid kwam naar mij toe. En het maakte mij blij. Hij was nu naar Nepal gekomen omdat hij eregast was bij het verschijnen van een boek over “positive thinking”, dat door onze wederzijdse vriend was geschreven. Het was weer zo’n eindeloze Nepalese bijeenkomst waar volgens mij de gasten alleen voor het buffet komen. Maar het was ook weer interessant, want hoewel ik urenlang in de zaal zat om de veelal ellenlange toespraken, veelal in het Nepalees, aan te horen, gaf het me toch een inspirerend gevoel. En met name de toespraak van mijn vriend de oncoloog zette mij weer aan het denken. Zijn verhaal over wat mensen voor elkaar kunnen betekenen. Zijn verhaal over ons.

Ik krijg overigens korting en een royal treatment in India, als ik ooit aan mijn prostaat behandeld zou moeten worden. Over positive thinking.

Peter Tersteeg

peter@tersteeg.biz




Perceptiemanagement en crisis

Zware tijden maken wij door. De grafiek van het CPB over de ontwikkeling van de Nederlandse economie sinds 1900 laat zien dat de vooruitzichten voor 2009 alarmerend zijn. Een krimp van 3,5 % van het bruto binnenlands product is - als we de perioden van oorlogstijd buiten beschouwing laten - redelijk uniek te noemen. Alleen in 1931 was de neergang van de economie met 3,6 % nog dramatischer. Het is allemaal vreselijk. Draconische maatregelen moeten genomen worden. Fraaie retoriek en wederom een geweldig staaltje van perceptiemanagement. En dat allemaal omdat er een paar marginale besluiten genomen moeten worden. Besluiten die het niet verdragen om de lijdensweg via de ambtelijke molen en het poldermodel in het gebruikelijke tempo te doorlopen.

Maar waar hebben we het eigenlijk over. Ik ben geen deskundige, die het ook niet weet. Ik pretendeer niets: ik weet het namelijk helemaal niet; ik vraag mij alleen zo af en toe maar eens iets af. Het is duidelijk dat de economische situatie anders is dan we allemaal graag zouden willen. Maar we praten nog steeds in de marge. De economie is sinds 1900 immers spectaculair gegroeid. De grafiek daarvan vertoont een almaar stijgende lijn, met zo hier een daar een kleine correctie. Dit keer een wat groter deukje, maar het blijft allemaal relatief. De werkloosheid zal ongetwijfeld oplopen en dat is allemaal heel vervelend. Maar verder veranderd er allemaal niet zo veel, vrees ik. En misschien is het wel niet zo gek als colomnist Maarten Schinkel betoogt dat het helemaal geen zin heeft om een open economie als de Nederlandse te stimuleren. Niet ingrijpen, niet bezuinigen en de begroting laten voor wat het is, zou misschien wel beter zijn. De kunst van het niets doen. Maar dat kan natuurlijk niet want in barre tijden moet heldhaftig en daadkrachtig worden ingegrepen, aldus onze premier. En wij als onderdanen verwachten niet anders. En dus wordt het beeld zodanig gemaneged dat wij allen de perceptie hebben dat onze helden de crisis adequaat en daadkrachtig tegemoet treden.

Het kabinet gaat aan de slag. Niets is uitgesloten, wordt ferm gesteld. Dat betwijfel ik, want ik vrees toch dat het allemaal niet veel verder komt dan marginale besluiten. Het verbouwen van onze samenleving zou een te omvangrijke taak zijn. En daar heb je echt visie en moed voor nodig. Ik vrees dat het besef dat wij met zijn allen een te kostbare samenleving hebben opgebouwd zal niet doordringen. De draconische maatregelen zullen waarschijnlijk beperken tot de bekende stokpaardjes, zoals o.a. het afschaffen van de hypotheekrente, het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd en het ingrijpen in de CAO verhogingen. Op zich niets mis mee, maar de eerstgenoemde maatregelen hebben niets te maken met een oplossing voor de huidige crisis. Die is dan al lang weer voorbij.

Naar mijn bescheiden mening is ere en geweldige markt voor “deskundigen” op het terrein van perceptiemanagement. Voor zover mij bekend is er ook nog geen leerstoel op dit vakgebied. Ik heb er geen verstand van, maar dat neemt niet weg dat ik mij daarvoor niet zou kunnen kwalificeren. Ik heb daarom maar vast visitekaartjes laten drukken zodat men mij dan wellicht percipieert als een heuse deskundige.

Het is heel verfrissend om de crisis eens vanuit het perspectief van perceptiemanagement te bekijken. Een groots theater ontvouwt zich. Het is helemaal geweldig. U zult er veel plezier aan beleven, ondanks de recessie.

Peter Tersteeg

* illustratie van Yin Kun

Zo af en toe even anders in de file

Zo af en toe denk je wel eens: het wordt met de dag erger. Die vreselijke files. Een absolute ramp en een zinloze verspilling van tijd. Alsof het allemaal niets kost. En dan nog het gadver gevoel als je in alle vroegte moet vertrekken om naar je werk of een afspraak te gaan. Je kunt bijna niets meer plannen: je bent of te laat of veel te vroeg. Vreselijk allemaal toch. Als je dat dan allemaal zo eens aan ziet, dan zou daar toch een oplossing voor moeten zijn. Een oplossing niet in het aanleggen van nog meer asfalt, maar gewoon creatief met je tijd omgaan. Je tijd aangenaam en nuttig besteden.

Zo denk ik wel eens dat het handig zou zijn om Driving Brains op te zetten: een service om (top)managers naar hun werk of afspraak te rijden. Het zou mooi zijn als dat in een prachtig glimmende Bentley zou kunnen, maar gezien de kredietcrisis mag je niet verwachten dat een bank een dergelijk initiatief wil financieren. Ik zou het voorlopig dan even moeten doen met een eenvoudige Cadillac. Het idee is om als we dan we dan zo in de auto zitten - waarschijnlijk in zo’n onterechte file - we uw tijd dan nuttig kunnen invullen door bijvoorbeeld de strategie van uw onderneming te bespreken en wij u advies kunnen geven. Over management.

Een vorm van filecoaching: een aardig idee toch. Van A naar Beter. Van hier naar wow ! Management advies op een creative manier. Over crisis, groei, consolidatie. Over oplossingen. Resultaatgericht de file in; met een blik op de weg. De blik op uw weg kan zo maar veranderen door de gesprekken die wij voeren. It is lonely at the top, en vertrouwelijke zaken zijn veelal intern moeilijk bespreekbaar. Ook daar biedt file coaching de oplossing voor. Vertrouwelijke en inspirerende gesprekken met iemand die zijn sporen in het bedrijfsleven verdiend heeft. Iemand die het gewoon leuk vind om anderen op een creatieve manier als mentor bij te staan bij de alledaagse beslommeringen die bij het managen van een onderneming horen. En wat dacht u van Flying Brains: wij gaan met u mee op zakenreis en helpen u met de contacten en contracten voor uw buitenlandse opdrachtgevers. Wij hebben iets met China en kunnen ons daardoor wellicht heel nuttig voor u maken. Het is allemaal bespreekbaar. Zelfs in het Chinees ! En dan hebben we nog Brains for Rent in de aanbieding: executive interim management om uw onderneming op tijdelijke basis bij te staan bij alle zaken die aan de orde komen bij crisis, groei, of consolidatie van een organisatie. Herpositionering, rendementsherstel, reorganisaties en start-ups. Allemaal leuk om te doen. Maar, er is meer. Braindonaties: kennis en ervaring (gratis) beschikbaar stellen aan goede doelen. Zoals we dat doen voor de Stichting Noble House Nepal (http://www.engely.eu).

Mocht u meer over het idee van Driving Brains willen weten ? www.driving-brains.nl  
Wij zijn er klaar voor. U ook ?

Peter Tersteeg

Perceptiemanagement & Imagotransplantaties


Perceptiemanagement. Een aparte tak van sport. Het managen van de beeldvorming. De werkelijkheid iets anders verpakken om het beeld aantrekkelijker te maken, is de essentie van perceptiemanagement. Een veelvuldig toegepaste techniek bij PR-afdelingen van grote organisaties en in de politiek. Maar perceptiemanagement wordt ook gehanteerd als iemand zijn cv in elkaar knutselt.

Perceptiemanagement is een vak. Het managen van de beeldvorming waarbij naar mijn bescheiden mening vaak een “woordvoerder” wordt ingezet als de directie zelf niet meer in staat is om de zaken “goed” over het voetlicht te krijgen. Woordvoerder, een merkwaardig begrip overigens. Iemand die de mening van een ander mag verkondigen. Maar dit even terzijde.

Zoals we dat vaak tijdens de Amerikaanse verkiezingen zien, wordt er een beeld van de kandidaat geboetseerd, dat hem goed positioneert bij zijn doelgroep. Dat beeld doet dan wel niet direct de waarheid geweld aan, maar het is toch een creatieve manier van verpakken.

Maar wat dacht u van de inval in Irak omdat het land een grote voorraad aan biologische en chemische wapens zou hebben en bovendien bijna de beschikking zou hebben over een atoombom. We zien Colin Powell nog het “bewijs” leveren in zijn toespraak voor de Veiligheidsraad. Als een soort bijkomend motief werd genoemd dat Irak een goede relatie met Al Qaida had, en dat Irak naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst dergelijke wapens aan Al Qaida zou leveren.

En hoe vaak ziet u het niet op televisie. Een zaal vol getergde klanten. Tot het uiterste getergd omdat zij door een leverancier onheus behandeld worden en geen kant meer uit kunnen. Prachtige real life televisie. En dan een vertegenwoordiger van het bedrijf. Natuurlijk niet de topman, maar een masochistisch ingestelde onderknuppel die zijn bovenbaas een plezier wil doen in ruil voor een carrière stapje. De strategie van de onderknuppel is briljant: je gezicht laten zien, begrip tonen voor de aanwezigen, zeggen dat je fout zit, de schuld geven aan de fusie, beloven dat binnen twee weken de hele tent als een zonnetje loopt en de problemen van de aanwezigen na de uitzending allemaal in één keer oplossen. Dat leverde een luid applaus op van de makke, geschoren schapen. Fan-tas-tisch perceptiemanagement.

Wat we hier van kunnen leren? Zorg zo nu en dan voor flinke problemen en los die zichtbaar op. Haast je niet. De pijn mag best wel geruime tijd voelbaar zijn. Een opgelost probleem laat uiteindelijk een veel warmere herinnering na dan een product of dienst waar nooit wat mee is. Daar haal je je schouders over op en mompelt dan waarschijnlijk iets van: daar heb ik het toch voor gekocht? Wellicht een deceptie voor veel verkopers, om te horen dat goede spullen niet borg staan voor loyaliteit. Vergeet de klassieke lessen en beloof gerust meer dan je kunt leveren. Dan weet je tenminste zeker dat je klant aan het einde van jullie relatie zijn schouders niet ophaalt, omdat je volgens afspraak hebt geleverd.

Omgaan met lastige vragen. Haute cuisine voor perceptie- management. Onder alle omstandigheden zelf bepalen waar een gesprek over gaat en hoe het wordt gevoerd. Nooit direct een antwoord geven, altijd de vraag herhalen, vervolgens zelf de vraag enigszins modificeren door deze waar nodig aan te passen, te buigen, te kneden, om te draaien en pas dan het antwoord te geven dat je uitkomt. Het enthousiast brengen van bezuinigingsplannen, herstructureringen, ontslagen en bedrijfssluitingen. Zodanig dat zelfs het negatiefste nieuws nog positief klinkt. Strategisch communiceren met het oog op het doel achter het doel.

Vroeger heette een afdelingshoofd een “chef”. Daarna werd hij een “manager”. Maar dat was moeilijk. Nu het consensus denken een trend wordt is de manager een “leidinggevende” geworden. Het zal aan mij liggen, maar ik moet dan altijd denken aan een assistent loodgieter. En ik vraag me ook altijd af waar die “leiding-ontvangenden” dan zijn. Maar ook dit heeft niets met perceptiemanagement te maken.


Naar mijn bescheiden mening ligt er ook een markt voor imagotransplantaties. Een presentatiecursus, een nieuwe bril, een andere coupe in het haar: het kan ertoe bijdragen dat mensen een ietsje ander beeld van je krijgen. Niet per definitie een minder waarheidsgetrouw beeld. Immers wie zich goed weet te presenteren kan beter liegen, maar ook beter de waarheid spreken dan iemand die minder gepolijst is. En dan kan men zijn voordeel mee doen.

Let u maar eens op de komende tijd. U zult er veel plezier aan beleven als u de voorbeelden van imagotransplantaties en perceptiemanagement bij u langs ziet komen.



Peter Tersteeg



The Perfect Day

Onlangs was ik in Ghana en kreeg tot mijn verrassing de vraag hoe mijn “Perfect Day” er uit ziet. Een eenvoudige vraag waar het antwoord niet zo simpel op te geven is. Of misschien toch wel als we het allemaal wat simpeler benaderen. Het eerste wat je naar mijn gevoel niet moet doen, is allerlei dromen naar voren toveren die niet realistisch zijn. Immers, stel dat je bijvoorbeeld wakker zou willen worden terwijl je bed bezaaid ligt met bankbiljetten, zou dat dan je Perfect Day worden. Dat is nog maar zeer de vraag. Naar mijn gevoel heeft een Perfect Day meer te maken met een gevoel van gelukkig zijn. En dat staat meestal los van materiële zaken.

Een Perfect Day heeft ook iets te maken met tevreden durven zijn. Tevreden met de kleine dingen om je heen. Weten dat je door engelen omgeven wordt. Weten dat er mensen zijn die van je houden. Weten dat je kunt horen en zien. Tevreden zijn als je het goed gaat en niet altijd maar meer willen. Ik heb wel het idee dat ons klimaat en onze manier van gestressed leven er niet echt toe bijdragen om je Perfect Day te hebben. Misschien zijn we daarom allemaal zo somber en klagerig. Maar misschien helpt er over nadenken al een stukje. Toon Hermans komt al een heel eind met zijn simpele gedichtjes; gedichtjes die je blij maken als je ze leest.

Als ik er verder over nadenk, dan heb ik best wel een aantal Perfect Days meegemaakt. Maar dat heb ik mij op die bewuste dag eigenlijk helemaal niet gerealiseerd. Enerzijds misschien jammer; ik zou dan misschien meer van die dag genoten hebben. Anderzijds geniet ik nu nog na van de dagen, die ik achteraf als een Perfect Day betitel.

Mijn Perfect Day zit vol dingen waar ik blij van word. Mijn Perfect Day begint met een rustig ontbijt in een aangenaam klimaat. Met geurende bloemen om mij heen en een mooi muziekje. Met de mensen om mij heen die om mij geven. Zoals je dat ook wel eens in een reclame ziet. En dan gebeurt er iets onverwachts; iets onverwachts wat ik leuk vind. Ik ontmoet bijvoorbeeld iemand in Ghana die mij over mijn Perfect Day vraagt. Of ik kom iemand tegen waar ik een leuk gesprek mee voer. Zomaar een leuke ontmoeting of zoals die keer dat ik in een goed restaurant een beetje te lang aan tafel gezeten had, even mijn benen wilde strekken en tegen mijn buurman tafelgenoot zei “meneer, wat bent u ontzettend lelijk”. Waarop de man zei: “Gaat u zitten. Wilt u iets drinken ?” Een paar weken later werd ik door hem uitgenodigd voor een feest in schotse kilts om de tweehonderdste sterfdag van Richard Burns te gedenken. Prachtig toch ! En een leuk onderdeel voor een Perfect Day.

Ik denk dat het een goede gedachte is om af en toe eens stil te staan bij het invullen van je Perfect Day. Het is heel simpel, wat zou je willen doen als je opstaat. Naarmate je ouder wordt, worden enerzijds de nog te beleven Perfect Days statistisch gezien in aantal steeds minder. Anderzijds is kwaliteit van leven belangrijker geworden. Hoe het ook zij, het is de moeite waard om er eens over na te denken.

Have a Perfect Day !

Peter Tersteeg

Happy days are here again: kijken naar kansen

l`Histoire se repète: we hebben weer eens een echte economische crisis. De eerste voortekenen waren al geruime tijd zichtbaar, maar de toch nog plotselinge heftigheid waarmee de bancaire crisis in Nederland toesloeg was verbazing- wekkend. Evenals de eerste directe gevolgen van die crisis. Fortis viel nota bene binnen enkele dagen uiteen, het eens zo roemrijke ABN AMRO werd in één weekend door de Staat overgenomen en het daarop volgende weekend kreeg ING – de bank met de trotse oranje Nederlandse Leeuw – een kapitaalinjectie van € 10 miljard. Voorts heeft de Staat zich nog garant gesteld voor zo’n slordige € 20 miljard om het systeem in stand te houden. Een ongekende daadkracht van de Nederlandse overheid. Alle lof daarvoor tot op heden.

Maar, ook al lijkt het vertrouwen in het financiële systeem zich weer enigszins te herstellen, de naschokken van de financiële tsunami zullen zich ongetwijfeld manifesteren in de vorm van een mondiale economische recessie. En daar zullen dan vervolgens de bedrijven het slachtoffer van gaan worden. Afnemende investeringen en bestedingen, teruglopende bedrijfs- resultaten, ontslagen, afnemende werkgelegenheid en faillissementen.

In het Chinees is het begrip crisis opgebouwd uit de karakters voor 'bedreiging' en 'kans'. Men gaat er van uit dat er een samenhang bestaat tussen deze schijnbare tegenstellingen. Een crisis is een normaal proces, waar ook organisaties soms doorheen moeten om weer verder te kunnen. Een crisis is dus niet alleen maar bedreigend, maar biedt ook zeker kansen. Kansen om je aan te passen aan veranderende omstandig- heden en kansen om te verbeteren.

Mijn zorg in dit verband is dat wij onvoldoende oog hebben voor de kansen die een crisis met zich mee brengt. Mijn zorg is dat (tijdelijk) slecht renderende ondernemingen door deze nieuwe crisis als gevolg van een incident zullen omgaan. Vele bedrijven zullen weer aan de rand van de afgrond komen. En dan wordt ook nog dat laatste stapje vooruit gezet en is een faillissement een feit. Onnodig kapitaalverlies voor banken en aandeelhouders. Onnodig verlies van werkgelegenheid. Onnodig verlies aan kennis en kunde. Juist dat laatste stapje voorwaarts is vaak onnodig als er beter naar de kansen gekeken wordt die een crisis met zich meebrengt.

Persoonlijk heb ik alle vertrouwen in de kansen, die een crisis biedt. Het prikkelt mij om organisaties te helpen ook deze crisis te doorstaan en de kansen te benutten om te verbeteren. Kijk naar de kansen ! Happy days are here again.

Maar bedenk Albert Einstein: "The definition of stupidity is expecting different results and doing the same things every day."



Peter Tersteeg


www.xi-strategy.nl



Crisis: bedreiging of kans ?

Het is weer helemaal actueel. Een crisis ! Maar hoe kijken we er naar en hoe gaan we er mee om ?

In het Chinees is het begrip crisis opgebouwd uit de karakters voor 'bedreiging' en 'kans'. Men gaat er van uit dat er een samenhang bestaat tussen deze schijnbare tegenstellingen. En dat een crisis dus niet alleen maar bedreigend is. Ook voor ons is dit van toepassing. Een crisis is immers een normaal proces, waar ook organisaties soms doorheen moeten om weer verder te kunnen. Een crisis is vergelijkbaar met ziek worden, ziek zijn en beter worden. In wezen vertrouwde situaties waar wij in ons dagelijks leven heel vanzelfsprekend mee omgaan. Organisaties daarentegen blijken er vaak meer moeite mee te hebben.

Een crisis in een onderneming kan al ontstaan op het hoogtepunt van haar succes. Een fase waarin men weinig oog heeft voor de omgeving. Het omslagpunt wordt dan ook vaak niet herkend. De resultaten beginnen geleidelijk af te nemen en er ontstaat een onrustig gevoel binnen de organisatie. Ingrijpende maatregelen worden echter niet nodig geoordeeld. Zaken als de concurrentie, de conjunctuur of de Golfoorlog enz. worden tot oorzaak verheven. De spanningen binnen de organisatie nemen toe en de energie wordt naar binnen gericht. Symptomen worden bestreden met korte termijn maatregelen, maar: het werkt niet. De werkelijke oorzaak wordt nog niet onderkend, laat staan bestreden. Dan ontstaat een crisis. dat moment is niet moeilijk vast te stellen: de cijfers zijn meedogenloos. Het probleem wordt zichtbaar en er moeten maatregelen worden genomen. Meestal minder populaire, maar wel noodzakelijke ingrepen, die dan toch weer niemand blijken te verbazen. En dan komt de wil om weer beter te worden: het karakter van een organisatie.

Crises zijn net zo verbonden met de bedrijfscultuur als succes. Er is geen organisatie ter wereld die nooit in een crisis kan komen. Wat telt is het vermogen om goed met een crisis om te gaan. Op basis van onderling vertrouwen, moed, visie en doorzettingsvermogen. Dat bepaalt het delicate evenwicht tussen kansen en bedreigingen.

In het oude China wist men al dat succes niet eeuwig duurt. Een crisis echter ook niet !

Peter Tersteeg



Een eigen mening

We hebben over alles en iedereen een mening. Een eigen mening zelfs. Maar is dat wel zo, want hoe kom je eigenlijk aan je mening ? Laten we nu de twee presidents- kandidaten in de Verenigde Staten - Barack Osama en John McCain – eens als voorbeeld nemen. We hebben een mening over wie de machtigste man van de wereld moet worden. Maar, we kennen die man niet eens. Alle informatie die we krijgen is uit de tweede hand. En gekleurd door de media, die er eigenlijk ook niets van weten. Om de Amerikaanse situatie te beoordelen is al helemaal moeilijk, want daar gelden soms normen en waarden voor de presidentskandidaten die wij ronduit belachelijk vinden. En soms worden de normen ineens weer omgedraaid als dat beter uitkomt. En iedereen schijnt dat dan zomaar klakkeloos te accepteren. Neem bijvoorbeeld Sarah Palin, de running mate van John McCain. Wellicht een briljante zet van McCain om haar te kiezen, maar dan gaat het er hem primair om om zelf gekozen te worden en kennelijk niet om haar deskundigheid. Maar, dat weet ik niet want ik ken haar niet. Ook het feit dat zij bejubeld wordt omdat haar minderjarige dochter zwanger is en “het kind wil houden” vind ik wel apart. Ik heb daar geen eigen mening over, maar de republikeinen vinden het prachtig dat haar dochter zich wil houden aan normen die republikeinen belangrijk vinden. Maar die republikeinen weten toch ook dat het wettelijk verboden is om als minderjarige sex te hebben. Maar dat wordt dan weer even vergeten. En hoe belangrijk de een of de andere norm gevonden wordt, wordt bepaald door de media. Die men braaf volgt om vervolgens te roepen, dat het hun eigen mening is.

Ik heb het idee dat het bij ons in Nederland eigenlijk niet veel anders is. We vinden iets van mensen of van zaken waar we eigenlijk helemaal geen verstand van hebben. We kennen ze niet of we verdiepen ons er niet in. Maar we hebben wel een mening; zelfs een eigen mening. En misschien is het maar goed dat we onze eigen mening aangereikt krijgen door de media. Het scheelt ons in ieder geval weer een hoop werk.

Pierre Lagache, mijn vroegere franse baas, benaderde zijn eigen mening altijd heel kernachtig: “c’est mon opinion et je le partage”. Dat is ook mijn mening en die deel ik ook. Laten we het daar dan maar op houden. 


Peter Tersteeg

* met dank aan Pieter Slooten voor de illustratie


Met dank aan Socrates en Einstein.


Socrates zei eens, dat frustratie en teleurstelling eigenlijk alleen maar voortkomen uit een foutieve waarneming van de werkelijkheid. Wie b
en ik om die stelling te beamen, maar ik denk dat er wel wat in zit. Als je zo eens om je heen kijkt, zie je hordes ontevreden en teleurgestelde mensen. Vaak vinden ze het leven oneerlijk. Alsof er ooit iemand beweerd zou hebben dat het leven eerlijk zou zijn. De hokjes eerlijk en oneerlijk zijn niet van het leven maar van de mens. Maar doen ze het zichzelf niet aan ? Want als je bij voorbeeld wordt afgewezen voor iets, ben je kennelijk niet goed genoeg. Het kan namelijk niet altijd toeval zijn. Je moet je dan gewoon maar eens realiseren, dat je niet goed genoeg bent en dan zou enige zelfkennis zeker geholpen hebben om niet gefrustreerd te zijn. Prachtige voorbeelden van waan- voorstellingen over eigen kunnen zie je in programma’s als Idols en Popstars, waar ik al eerder over schreef.

Naar mijn bescheiden mening is het leven noch eerlijk noch oneerlijk is. Vriendelijkheid van het universum is ook een eigenschap die daar naar mijn gevoel niet bij past. Toch is Einstein’s vraag of het universum vriendelijk voor ons is, een interessante. Want als het universum inderdaad vriendelijk voor ons is, dan kan dat je soms heel goed door frustraties, teleurstelling of verdriet heen helpen. Ik schrijf daarbij nadrukkelijk “soms”, omdat er best wel gebeurtenissen zullen zijn die een eventuele vriendelijkheid van het universum direct logenstraffen, maar dit even terzijde. Want als er iets ergs gebeurt, probeer dan maar eens een paar redenen te bedenken waarom het universum vriendelijk voor je geweest is. Het helpt beslist. Probeer maar, met dank aan Socrates en Einstein.

Peter Tersteeg 


De toekomst is geen voortzetting van het verleden

Maar al te vaak vinden er gebeurtenissen in je leven plaats waarvan pas achteraf blijkt dat die gebeurtenis van bijzondere invloed is geweest op je verdere leven. Een aantal van die zaken zijn min of meer voorspelbaar, ook al kun je de uitwerking daarvan niet bevroeden. Niemand zal in twijfel trekken, dat bijvoorbeeld je partnerkeuze van grote invloed is op het verloop van je verdere leven. Evenals een studiekeuze en de keuze voor een baan. Zeker ook de keuze of je al dan niet kinderen ‘neemt’. Maar er zijn ook een aantal zaken die onvoorspelbaar zijn; zaken die een gigantische impact hebben op ons persoonlijke leven.

Zwarte zwanen zoals Nassim Nicholas Taleb ze noemt in zijn boek “de Zwarte Zwaan”. Een boek dat handelt over de impact van het hoogst onwaarschijnlijke. Zwarte Zwanen zijn dan toevallige gebeurtenissen die ons leven bepalen. In macro-economische zin: de aanslag van 11 september, de opkomst van Internet, de huidige kredietcrisis, de verkoop van ABM-AMRO. In het algemeen zijn zwarte zwanen, hoewel lang niet allemaal slecht, niet populair. Vooral bankiers, econometristen, schrijvers van vijfjarenplannen en planners van overheidsbeleid hebben er een uitgesproken hekel aan. Zwarte zwanen ruïneren iedere planning en veroorzaken een vloed van literatuur die achteraf probeert te verklaren wat van te voren niet te voorspellen viel. Rituele bezweringen van de onvoorspelbaarheid.

In ons persoonlijke leven hebben wij van nature weinig neiging om bewust met zwarte zwanen rekening te houden. Taleb vergelijkt ons met kalkoenen die duizend dagen goed te eten krijgen. De dag voor Thanksgiving zijn we boordevol zelfvertrouwen en stellen vast dat Zwarte Zwanen volledig uit zicht zijn. Onze zekerheid baseren we op het verleden, maar verleden vormt geen enkele garantie tegen zwarte zwanen en leert ons ook niets over ze. De toekomst is dan ook geen voortzetting van het verleden. Maar wie open staat voor Zwarte Zwanen leeft bescheiden, zeker als het over de toekomst gaat. Zo iemand is gelukkig met wat er nu is. Alles kan morgen immers anders zijn, al beseffen kalkoenen dat al helemaal niet. En van waarschijnlijkheden hebben kalkoenen al helemaal nooit gehoord.

Ons verschil met een kalkoen is evenwel dat wij nog kunnen nadenken over de toekomst. Niet dat dat wat helpt, want je kunt je nu eenmaal niet op alles voorbereiden. En dat maakt het leven ook interessant en avontuurlijk. Sommige mensen hebben daar meer moeite mee en zien voortdurend zoveel beren op hun weg dat je er triest van zou worden. En dan is het wellicht beter om een gelukkige kalkoen te zijn, dan een ongelukkig mens. Voorlopig hou ik het er maar op, dat er alleen een toekomst is.

Peter Tersteeg



Idols, popstars en de VVD


Ik ben helemaal weg van de programma’s Idols en Popstars. Het is werkelijk geweldig om te zien hoeveel mensen zich op de buis verdringen zonder ook maar het geringste spoor van enige zelfkennis. Als je dat dan allemaal ziet, is het niet te geloven dat er zoveel kneuzen zijn. Allemaal exponenten van de zesjescultuur, en dat niet alleen in culturele zin. En dan komt Gordon met een act, die alle “zesjes” in de stess laat schieten. En dan heeft hij het natuurlijk weer helemaal gedaan. Onbeschaafd en affreus. Want het kan toch niet zo zijn, dat iemand die zich geheel vrijwillig opgeeft als kandidaat “idol” zo maar met de harde waarheid geconfronteerd wordt. Dan sta je toch op zieltjes. En dat kan toch niet. Zelfs een vakjury kan zich niet permitteren om enige kritiek te uiten op deze zielige verschijningen. Onopvallende spoken in de mist, die een grote muil opzetten op het moment dat hen een spiegel wordt voorgehouden. Over-assertief, maar ik realiseer me dat dat een moeilijk woord is voor kneuzen met een gegeneraliseerd levensincompetentiesyndroom. Het verwekken van idioten zou verboden moeten worden.

Naast de kneuzen zijn er natuurlijk ook die jonge mensen met een geweldige drive en passie om hun droom te verwezenlijken. Dat roept emotie op en hun talent spat van de buis. Ook het bedrijfsleven kent zijn eigen Idols-programma. Ook ik ben ze tegen gekomen. Een veelheid aan kneuzen, die denken dat ze alles kunnen en direct met allerlei fraaie functiebenamingen behangen willen worden, zonder dat ze zelfs maar begrijpen waar het over gaat. Soms kunnen ze niet eens de naam van hun functie uitspreken. Misschien heten de vroegere chefs c.q. managers daarom nu ineens weer “leidinggevenden”. Alsof er ook leidingvragenden zouden zijn. Het is toch om te gillen. Ik hoor het Youp van ’t Hek al roepen.

Misschien zou Mark Rutte eens met Gordon van gedachten moeten wisselen over de wijze waarop wij ons kunnen ontworstelen aan de terreur van de middelmaat. Wellicht een verfrissende aanvulling van het concept beginselprogram van de VVD. Maar buiten dat, ik vind het een geweldig initiatief van de VVD. De terreur van de middelmaat. Helemaal geweldig. Het zou zo een programma van John de Mol kunnen worden.

Maar nu even serieus. Ik vind het oprecht een goede gedachte van de VVD om een eigen vaderlandsche “war on terror” in te zetten en te proberen om iets te doen aan die zesjescultuur en de terreur van de middelmatigheid. Mijn inziens houdt Rutte terecht de Overheid verantwoordelijk voor die 'duffe toestand' van de natie. Een overheid, met onze Grote Roerganger voorop, die pretendeert het geluk van mensen te bevorderen en alle risico's uit te bannen. De keerzijde is volgens Rutte betutteling en wantrouwen jegens de burgers, die zich uit in onnodig toezicht, bureaucratie en controle. De individuele vrijheid, zowel geestelijk als materieel, wordt in deze verklaring tot het hoogste goed verklaard. Over de uitwerking van dit beginsel is nog veel te zeggen, maar het thema spreekt mij erg aan. Misschien zien we er iets van terug in de komende debatten in de Tweede Kamer waarin Rutte toch volop de kans krijgt om dit kabinet te confronteren met haar eigen middelmatigheid. Een kabinet van activisten en intellectuelen, die met elkaar gemeen hebben dat ze hun verheven filosofieën niet tot uitvoering kunnen brengen. In mijn jargon allemaal business-plannen die slechts één gebrek hebben: ze deugen niet.

Zet hem op Mark. Ik overweeg nu weer achter je te gaan staan, want ik begon toch ook wel mijn twijfels te krijgen over de middelmatige uitvoering van het liberale gedachtegoed.

Peter Tersteeg




De Onbekende Nederlander

Ik ben een Onbekende Nederlander. En ik vind dat helemaal prima. Want als Onbekende Nederlander kun je nog een mening hebben over zaken die een BN’er niet kan hebben. Als ze tenminste al een eigen mening hebben die ergens op slaat. Schitteren in oppervlakkigheid is sommige BN'ers immers bepaald niet vreemd. Maar dit geheel terzijde. Als OBN’er kun je ook allerlei dingen doen die BN’ers – behoudens Gordon & Joling – zich volstrekt niet kunnen permitteren. In je neus peuteren of ongeschoren over straat gaan bijvoorbeeld. Ik zou het er niet voor over hebben om al dat allemaal te moeten opgeven. Ik wil dan ook graag een Onbekende Nederlander blijven. En, dat zal mij best wel lukken.

Een ander fenomeen is de VIP. Zo regelmatig komen er allerlei uitnodigingen waar je als kennelijke VIP voor wordt uitgenodigd. Wat dan de definitie is van een VIP is daarbij volkomen onduidelijk. Laat mij dan ook maar een Onbelangrijke VIP zijn. Ook dat bevalt prima en ik kan dan tenminste doen wat ik zelf allemaal leuk vind. Samen met al mijn fans. Die ik als OBN’er en OVIP dan toch nog wel heb. Ik heb inmiddels begrepen dat het belangrijker is om je talenten als Onbekende Nederlander en als Onbelangrijke VIP in te zetten voor een goed doel. En maakt niet uit waar en hoe, maar als het je goed gaat is het ook goed om iets terug te doen voor anderen die het minder goed hebben. En wij doen dit toevallig in Nepal.

Nu we het er dan toch over hebben, verwijs ik graag naar www.Engely.eu

Peter Tersteeg

De klant is toch koning ?



In Amerika hoor je politici zeggen: “wat vindt de taxpayer er van ?” Een mooie leidraad voor het handelen van de overheid. Want per slot van rekening krijgt onze overheid toch haar middelen van de belastingbetaler. Of het nu bedrijven zijn of particulieren, maakt op zich niet uit. Maar ik heb bij overheidsdienaren nog nooit ook maar het geringste besef aangetroffen, dat er zorgvuldig moet worden omgegaan met de middelen en de besteding daarvan. Dat de belastingbetaler eigenlijk de “klant” is of zou moeten zijn, is in het overheidsdenken al helemaal vloeken in de kerk.

Want hoe kun je nu eigenlijk uitleggen dat er bijvoorbeeld kostbare ecoviaducten gebouwd worden om een paar dassen veilig de snelweg te laten oversteken, terwijl er onvoldoende geld is voor de kernwaarden van een geciviliseerde maatschappij: veiligheid, scholing en zorg. Maar ja de overheid hoeft dat niet uit te leggen, want men heeft toch een mandaat van de kiezer. De kiezer die alleen in de verkiezingstijd aandacht krijgt en dan met behulp van slimme marketingtechnieken bestookt wordt om zijn stem te krijgen. Daarna gaan we weer politiek bedrijven en compromissen sluiten. Maar de belastingbetaler wordt nog steeds niet gezien als klant. Jammer; het zou de besluitvorming mijns inziens aanmerkelijk vereenvoudigen.


Peter Tersteeg

Hoe is het met je dinges ?

Laatst was ik in de Verenigde Staten en werd weer geconfronteerd met het gebruikelijke “how are you”, dat altijd naar je toegeslingerd wordt als je iemand tegenkomt. Zelfs mensen die je helemaal niet kent, stellen die vraag met een houding alsof ze in het antwoord geïnteresseerd zijn. Toen het me weer eens een keer in een winkel gevraagd werd door een jongeman achter de kassa, die er niet al te dom uitzag, vroeg ik hem wat ik eigenlijk verondersteld werd daarop te antwoorden. Hij was met stomheid geslagen. En nog steeds weet ik niet wat ik er op moet antwoorden. Want dat zou ik toch heel graag weten.

Ook in Nederland begint “hoe gaat het” behoorlijk op te rukken. Ook hier wordt de vraag gesteld door mensen waarvan ik mij niet kan voorstellen dat ze in het antwoord geïnteresseerd zijn. Maar wat voor antwoord kun je eigenlijk geven ? Meestal mompel je maar iets van goed. Daar wordt dan verder niet op gereageerd, maar is dat wel een goed antwoord ? Het is toch maar heel zelden dat het helemaal en integraal goed gaat. Anderzijds is nu ook weer niet zo dat je elke willekeurige vreemde direct wilt confronteren met een minder enthousiast antwoord. Als je namelijk reageert met zoiets als het gaat wel, dan weet de andere partij meestal weer niet wat hij daar op moet zeggen.

Een mooi voorbeeld om deze geweldige oppervlakkigheid te illustreren was het volgende voorval. Aan het begin van mijn carrière, in de tijd dat ik nog een promising youngster was, stond ik eens in de lift met de voorzitter van de Raad van Bestuur van een, in die tijd, vooraanstaand industrieel concern. Het was zo’n chic de friemel meneer die zich beter voordeed dan hij in werkelijkheid was. Hij probeerde zijn illustere voorganger te imiteren, die oprecht in mensen geïnteresseerd was. Terwijl wij samen in de lift stonden vroeg hij mij: “hoe gaat het met u, meneer Kooymans ?” Ik heet helemaal geen Kooymans en antwoordde de man in een bui van balorigheid: “kloten, meneer V.” Waarop hij opmerkte: “goed zo, fijn om te horen.” Ik moest er altijd aan denken als de man, zwaar aan zijn pijp lurkend, vol gespeelde interesse luisterde naar de business plannen die hem ontvouwd werden. Hij is niet erg lang aan het bewind gebleven, want ook zijn antwoorden op de businessplannen waren niet adequaat. Maar dit geheel terzijde.

Misschien moeten we de vraag “hoe gaat het” voortaan maar achterwege laten. De oppervlakkigheid van de vraag en de kennelijke desinteresse in het antwoord zou dat wat mij betreft rechtvaardigen. Als je dan toch iets van interesse in je medemens moet tonen, dan lijkt het me beter om voortaan maar te vragen: “hoe is het met je dinges”. Je kunt dan alle kanten uit. Als je zegt goed, dan is dat prima voor de vraagsteller en hij hoeft er verder ook niet op te reageren want het gaat goed met je dinges. En als het slecht gaat met je dinges hoeft ook niemand daar verder over uit te wijden, want dat hoeft niet eens erg te zijn. En mocht je meer toelichting willen geven dan heb je tal van varianten beschikbaar: je schoonmoeder, je prostaat, je gegeneraliseerd levensincompetentiesyndroom etc. etc. Mogelijkheden te over. Sterker nog, je kunt nog heel veel plezier beleven aan het beantwoorden van die vraag. Al is het alleen maar omdat je alleen zelf het antwoord begrijpt.


Peter Tersteeg


PS de illustratie is een foto van een kunstwerk van Pieter Slooten, doctor in de natuurkunde.


De zesjescultuur


De middelmaat regeert. In het bedrijfsleven, in de zorg, bij de overheid en noem het allemaal verder maar op. In toenemende mate worden we geconfronteerd met alle mogelijke onzin die je je maar voor kunt stellen. Alleen maar om te zorgen dat de grijze middelmaat in de waan kan blijven dat zij gelukkig is. Er is niets waarover nog krachtig en besluitvaardig besloten kan worden. Alles moet passen in de consensuscultuur. En we nemen overal genoegen mee. Wij zijn bij voortduring bezig om nieuwe regeltjes te verzinnen om de incidentele uitzondering op de hoofdregel ook tevreden te stellen. Dat dat een vermogen aan kosten met zich meebrengt, is kennelijk niet belangrijk.


Onlangs las ik een in een of ander tijdschrift een artikeltje over een aanstormend talent. Het talent was begin 30, droeg de algemene titel van manager van iets en verplaatste zich in functioneel opzicht in een bolide van het merk Peugeot; nu nog van het kleinere type maar dat zou vast nog gaan veranderen. Hoewel verder niet relevant, onze manager was een vrouw. Kortom, alle mogelijkheden om nog tot in de hemel carrière te maken, lagen volop voor het grijpen. In het artikel werd ons toevertrouwd, dat haar moeilijkste beslissing tot op heden was om een zeer ervaren 50-er met een dijk van een cv af te wijzen. De man had alles in huis om een probleem op te lossen (dat zij dus kennelijk zelf niet kon handlen), maar omdat hij volgens haar niet in het team zou kunnen passen, moest zij hem afwijzen. Een zware beslissing. De tranen schieten mij in de ogen, dat men als manager van 30 al met dergelijk zware beslissingen geconfronteerd wordt. Dat zou toch eigenlijk niet mogen, want dat brengt stress en werkdruk met zich mee. En dat, kon natuurlijk niet de bedoeling zijn voor een manager. Ik vraag mij echter af of dat de echte reden was. Zou deze jonge en talentvolle manager niet bang zijn om zodanig overvleugeld te worden door de ervaren manager, dat niet alleen voor haar omgeving, maar zelfs voor haar zelf duidelijk zou worden, dat ze er nog helemaal niet aan toe is om manager op haar kaartje te hebben staan. Om mee te mogen spelen moet je dus een zes zijn met een ongerechtvaardigde ambitie om een zeven te worden. Maar laten we het positief benaderen: zesjes moeten er ook zijn; alleen niet te veel.

Ik realiseer mij dat ik het gevaar loop negatief over te komen, maar dat is niet de essentie van mijn boodschap. Als we nu eens allemaal op een zodanige manier bezig zouden zijn, dat we niet doen wat wij ook niet willen dat ons wordt aangedaan, dan schiet het al een heel eind op. Als iedereen nu eens gewoon doet waar hij of zij voor betaald wordt, zouden we er al een stuk beter voor staan. Niet de kantjes er van af lopen en alleen naar je rechten kijken, maar ook eens oog hebben voor de plichten die je hebt. En als iedereen zich nu eens realiseerde, dat de klant de rekening en dus ook ons salaris betaalt, dan zouden we misschien ook wat beter met onze klanten omgaan en hem de behandeling en service geven waar hij recht op heeft.


Peter Tersteeg


Je zult het slachtoffer maar zijn.


In ieders leven gebeuren leuke dingen en minder leuke dingen. De balans daarin is niet te voorspellen en het overkomt je. Zolang het goed gaat, is dat geen probleem en heb je reden om tevreden te zijn, ook al wordt dat wel eens vergeten. Het wordt anders als het minder goed gaat en je geconfronteerd wordt met grote problemen.

Ondanks die problemen is het wellicht zinvol om en onderscheid te maken in problemen die je wel kunt oplossen en problemen die je niet kunt oplossen. Een levensbedreigende ziekte is veelal onoplosbaar en dan zul je dat, op de een of andere manier, moeten ondergaan. Maar te veel en te vaak worden problemen toegeschreven aan die grote enge buitenwereld. Anderen hebben het dan altijd gedaan. Het leven is niet eerlijk, wordt er dan geroepen. Maar wie heeft er eigenlijk gezegd dat het leven eerlijk is ? Het overkomt je allemaal maar, denk je dan, en daar voel je je dan het slachtoffer van. Maar heb je je dan echt wel eens afgevraagd hoe het komt dat het jou allemaal zo maar lijkt te overkomen. Zou de oorzaak toch niet ergens bij jezelf liggen ? Misschien heb je de signalen gemist of genegeerd. Of te lang gewacht om je lot in eigen hand te nemen. Want ja, beslissingen nemen over je eigen leven is soms wel eens moeilijk.

Als je bijvoorbeeld je baan kwijt raakt of je lief maakt het uit, dan had je dat rationeel gezien misschien al heel lang aan zien komen. Misschien was het wel zo dat je niet goed presteerde of dat je helemaal niet bij je lief paste. Maar je wilde er niet aan en als het dan toch gebeurt, voel je je ineens het slachtoffer. Met alle problemen van dien. Maar wat heb je er aan gedaan om het te voorkomen dat het gebeurde of dat jij er het slachtoffer van werd. Misschien was het wel het gevolg van een verkeerde keuze die je gemaakt hebt. Maar realiseer je dan wel dat je zelf die keuzes gemaakt hebt.

Als je valt heeft niet altijd een ander het gedaan. Geef niet anderen de schuld. Je doet het zelf. Vallen is niet erg, als je maar weer op staat. En naarmate je je minder het slachtoffer voelt van de vervelende dingen in je leven, ben je beter in staat om weer op te staan en verder te gaan.


Dit wilde ik nog even kwijt want heel misschien helpt het nog iemand om op te staan en zich niet het slachtoffer te voelen. Het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen.

Een aardig boekje over dit onderwerp is "Who moved my cheese ?" van Spencer Johnson. Een amusant verhaal hoe je met veranderingen in je werk en in je leven moet omgaan.


Peter Tersteeg