Vandaag
ben ik jarig. Vandaag heb ik een wens. Al eerder had ik mij er al eens
boos over gemaakt, maar het verdwijnt naar de achtergrond. Het leven gaat
door, heet het. En die druppel en de gloeiende plaat. Allemaal excuses om
vooral maar iets niet te doen. Tot ik gisteren weer eens zo’n reportage zag over de
meisjes die in India en Nepal sexueel misbruikt worden.
Uitgebuit worden door vreselijke kerels. Afschuwelijke beelden, hokjes waar meisjes als konijnen weggestopt zijn.
Waar sperma van de muren loopt. Waar gruwelijkheden uitgevreten worden
die een normaal mens niet kan verzinnen. Zaken waar wij rechtstreeks
over horen praten. In India, in Nepal.
Misschien
raakte het mij zo omdat wij daadwerkelijk voorkomen hebben dat onze
twee Nepalese meisjes die nu - min of meer toevallig – bij ons wonen,
in zo’n horrorwereld terecht gekomen zouden zijn als hun moeder niet zo
verstandig geweest was om onze bescherming voor ze te zoeken.
Het maakt me kwaad, misselijk en verdrietig. Omdat dit allemaal gebeurt. En, omdat ik weet dat ik er eigenlijk niet zo veel aan kan doen. Maar dan vraag ik mij af, waarom spijkeren we de regeringen van India en Nepal niet aan de schandpaal ? Waarom eisen we geen politioneel of militair optreden. Waarom vinden wij dit allemaal goed ? Waarom geven wij ontwikkelingshulp zodat onze Minister met de groots mogelijke egards geld mag komen brengen aan regeringen die voor dergelijke praktijken verantwoordelijk gesteld moeten worden. Waarom geen tribunaal wegens gruweldaden jegens de menselijkheid. En, maar dan iets minder fel, waarom halen we nog steeds geld op voor naaiklasjes voor moeders in Nepal en India. Ik betwijfel of het inzamelen van geld wel de manier is om dit probleem aan te pakken en op te lossen. Stuur er wat mij betreft een eenheid mariniers heen, ook al zit er geen olie. Maar doe iets. Redt deze meisjes met hun lege ogen en misbruikte lichaampjes.
Wij doen op onze manier ook ons best, maar als je dit ziet doen we het toch niet helemaal goed. Misschien moet de discussie op gang komen: ontwikkelingshulp of militair ingrijpen. Ik weet het niet, maar misschien is er wel iemand die mij kan zeggen wat ik wel kan doen.
En als ik dit zo op mij laat inwerken vraag ik mij af waar de MeToo beweging ook weer om ging.
Het maakt me kwaad, misselijk en verdrietig. Omdat dit allemaal gebeurt. En, omdat ik weet dat ik er eigenlijk niet zo veel aan kan doen. Maar dan vraag ik mij af, waarom spijkeren we de regeringen van India en Nepal niet aan de schandpaal ? Waarom eisen we geen politioneel of militair optreden. Waarom vinden wij dit allemaal goed ? Waarom geven wij ontwikkelingshulp zodat onze Minister met de groots mogelijke egards geld mag komen brengen aan regeringen die voor dergelijke praktijken verantwoordelijk gesteld moeten worden. Waarom geen tribunaal wegens gruweldaden jegens de menselijkheid. En, maar dan iets minder fel, waarom halen we nog steeds geld op voor naaiklasjes voor moeders in Nepal en India. Ik betwijfel of het inzamelen van geld wel de manier is om dit probleem aan te pakken en op te lossen. Stuur er wat mij betreft een eenheid mariniers heen, ook al zit er geen olie. Maar doe iets. Redt deze meisjes met hun lege ogen en misbruikte lichaampjes.
Wij doen op onze manier ook ons best, maar als je dit ziet doen we het toch niet helemaal goed. Misschien moet de discussie op gang komen: ontwikkelingshulp of militair ingrijpen. Ik weet het niet, maar misschien is er wel iemand die mij kan zeggen wat ik wel kan doen.
En als ik dit zo op mij laat inwerken vraag ik mij af waar de MeToo beweging ook weer om ging.
Peter Tersteeg









ontgelden
waar Bert hem verantwoordelijk ziet voor de eeuwenlange onderschatting
van het onbewuste. Volgens collega-filosoof Descartes bestond het
onbewuste überhaupt niet. Descartes was van mening dat alle mentale
activiteit bewust is en waren en er geen mentale processen zijn waarvan
we ons niet bewust zijn. In Bert’s filosofie van “denken met gevoel” is
dat klinkklare onzin. Nimmer heb ik Bert zo uitgesproken gezien in de
veroordeling van college denkers. Allemaal de schuld van Descartes,
merkt Bert ongebruikelijk emotioneel op. Met ongenuanceerde stelligheid
is Bert van mening dat de strijd aangegaan moet worden met de ideeën van
Descartes en dat het onbewuste gerehabiliteerd moet worden. Immers het
bewustzijn speelt slechts een kleine rol bij wat wij doen. Het belang
van bewuste processen wordt overschat, omdat we ons alleen bewust zijn
van deze bewuste processen. Het is zoals bij een ijsberg. We zijn ons
slechts bewust van het kleine topje van de ijsberg dat boven het
wateroppervlak uitsteekt.
Aan
Jung hebben we het prachtige begrip ‘collectief onbewuste‘ te danken.
Als mens zijn we erfgenaam van een innerlijk, kostbaar, mysterieus
terrein dat veel ouder en omvattender is dan ons persoonlijke, rationele
weten. Ieder heeft hieraan deel door geboorte in onze soort: niets
menselijks is ons vreemd. Familiesystemen kennen een collectief
onbewuste: de “familieziel” Ook hier is sprake van een schatkamer aan
ervaringen, kracht, levenswijsheid en liefde van vele generaties én er
is een gebied waar het té pijnlijke, té moeilijke verdrongen is. In haar
natuurlijke drang naar heelheid en evenwicht zal de familieziel het
verdrongene herhalen tot het geïntegreerd is. Zo worden mensen in latere
generaties veelal onbewust ‘in dienst genomen’ om een lot te dragen,
een taak te volbrengen namens voorouders die dat niet konden. De methode
van familieopstellingen geeft op elegante wijze toegang tot het
collectief onbewuste van het familiesysteem. Zo kan de vaak dramatische
invloed van een of meerdere verstrikkingen in iemands leven verhelderd,
aanvaard en geïntegreerd worden. Daarmee herstelt ook het oudere trauma
en het geheel komt beter in balans.